het ontstaan van het vak kinderverpleegkunde
 
 
 

Trots

1852

1852 - 1863

In dit jaar opende het eerste kinderziekenhuis in Londen haar deuren. In Nederland ontstond in Rotterdam het Sophia Kinderziekenhuis en in navolging daarvan, in 1865 het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam. Toen de deuren van de ziekenhuizen eenmaal geopend waren, ontstond de vraag wie in staat was om zieke kinderen te verplegen. Het werd in eerste instantie gerund door dames van goede komaf.

1900 – 1928

Na 1900 werd de opleiding tot ‘ziekenverpleegster’ gestart en kwam ook steeds meer aandacht voor de specifieke verpleging van het zieke kind. Dit leidde in 1928 tot de wettelijke erkenning van de aantekening kinderverpleging en hierdoor kreeg het beroep status.

1900

1939

1939 – 1945

Na de WOII kwamen de zorg en welzijn rondom het kind steeds meer centraal te staan. Het vak kindergeneeskunde ging zich steeds meer ontwikkelen en zo ook het vak van de kinderverpleegster.

1950

In de jaren ’50 hadden de wijkverpleegkundigen en de verpleegkundigen veel beslissingsruimte. Dit heeft geduurd tot de jaren ’90. Vroeger was de verpleegkundige de directeur van het ziekenhuis. Vaak was zij een non. Zij wist alles over de patiënten en de arts had veel ontzag voor haar. Zij was op de hoogte van het hele reilen en zeilen van het ziekenhuis.

1950

1964

1964

In de ziekenhuizen kwamen in de jaren ’60 en ’70 steeds meer gespecialiseerde afdelingen. Om verpleegkundige te worden waren tot 1964 de enige eisen dat je van goede komaf was en het beroep van je vader speelde mee. Later veranderde dit en moest je minimaal MULO hebben gedaan en werd de naam verpleegster gewijzigd in verpleegkundige.

1970

1970 - 1990

 
Kinderen in het ziekenhuis waren vaak eenzaam en daarom mochten vanaf de jaren ’70 de broertjes en zusjes samen met de ouders op bezoek komen. In 1990 kwamen er steeds meer managers, die de beslissingen namen. Het generalistische werken, maakte plaats voor functiedifferentiatie en specialisaties. Ziekenhuizen kregen steeds meer een hiërarchische structuur, waardoor de autonomie van de verpleegkundigen ook veranderde.

Huidige tijd

Het beroep van de kinderverpleegkundige heeft zich in de loop der jaren steeds verder ontwikkeld, maar heeft dit er aan bijgedragen dat de autonomie van het beroep gestimuleerd werd? De beroepsgroep van kinderverpleegkundigen heeft sinds 1999 de beschikking over een eigen expertisegebied. Het expertisegebied kinderverpleegkunde is in 2004, 2011 en 2015 herschreven. Een nieuw expertisegebied gaf ook aanleiding om een nieuw advies uit te brengen over een nieuw opleidingsprofiel voor kinderverpleegkundigen. Het Advies Verpleegkundige Vervolgopleiding Kinderverpleegkunde is ontwikkeld in een deelproject vanuit project ‘Impuls opleiding kinderverpleegkundigen’. De ontwikkeling van het advies is uitgevoerd door V&VN Kinderverpleegkunde. Waarom was het eigenlijk nodig om het expertisegebied van de kinderverpleegkundige opnieuw te beschrijven?
 
De afgelopen 10-20 jaar is er enorm veel veranderd in de zorg rondom het zieke kind en het gezin. Kinderen kunnen veel eerder vanuit het ziekenhuis naar huis en daarbij is de complexiteit van de zorg die wij leveren ook veel hoger geworden. Er is een groeiend aantal chronisch zieke kinderen en er is een toename van technische mogelijkheden. Het uitgangspunt van het Handvest Kind & Zorg, een kind wordt niet onnodig klinisch opgenomen of poliklinisch behandeld, wanneer dit ook in de thuissituatie mogelijk is, wordt toenemend gehanteerd. Daarnaast kunnen kinderen die voorheen niet thuis konden zijn, nu wel naar huis. Denk hierbij aan beademingszorg en thuisdialyse. Dit maakt dat de expertise van de kinderverpleegkundigen in de thuissituatie minimaal net zo groot moet zijn, als in het ziekenhuis.
 
Het voorgaande expertisegebied beschreef alleen waar de kinderverpleegkundigen in het ziekenhuis aan moeten voldoen. In het huidige expertisegebied wordt ook beschreven waar de kinderverpleegkundigen in de eerste lijn aan moeten voldoen. Dit alles zorgt ervoor dat er steeds meer bewustwording komt over het verrichten van verpleegkundige handelingen bij kinderen en dat deze alleen door kinderverpleegkundigen uitgevoerd mogen worden. Tevens vragen al deze veranderingen heel andere competenties van ons kinderverpleegkundigen. Als kinderverpleegkundigen werken wij steeds meer toe naar de zelfstandigheid van het kind en/of de ouders, zodat ze zelf de regie (weer) in handen kunnen nemen, passend bij de mogelijkheden van kind en gezin.
 
De zorg die wij als kinderverpleegkundigen bieden, gaat steeds meer door de muren heen van de organisatie waar wij werken. Dit maakt dat de kinderverpleegkundigen elkaar steeds meer op moeten zoeken om de beste zorg voor het kind en het gezin te kunnen bieden, maar ook om de kennis met elkaar te delen. Door dit verder te ontwikkelen, wordt er toegewerkt naar autonomie van en regie over het beroep kinderverpleegkundige.