Events

Nieuwsbrief

Inloggen

a

Menu

Een complexe casus binnen het indicatieproces? De Expertgroep denkt mee

Een indicatie voor kinderverpleegkundige zorg gaat over veel meer dan verpleegkundige handelingen of een aantal uren. Achter iedere indicatie staat een kind met een eigen zorgvraag en ontwikkeling, een gezin met een eigen hulpbehoefte en een situatie die in de loop van de tijd kan veranderen.

Juist wanneer al die factoren samenkomen, kan indiceren ingewikkeld worden. Wat heeft dit kind daadwerkelijk nodig? Wat vraagt de situatie van ouders en het netwerk? Welke zorg is verpleegkundig noodzakelijk? En wat doe je wanneer betrokkenen verschillend naar dezelfde situatie kijken?

Soms kom je er ondanks zorgvuldig inventariseren, overleggen en klinisch redeneren zelf niet helemaal uit.

Voor zulke complexe situaties is er de Expertgroep Indicatieproces Kindzorg van Beroepsvereniging Kinderverpleegkunde.nl. De Expertgroep ondersteunt indicerend kinderverpleegkundigen bij complexe vraagstukken rond het inventariseren, indiceren en organiseren van kinderverpleegkundige zorg en biedt handvatten om tot een goed onderbouwde professionele afweging te komen volgens de Handreiking Indicatieproces Kindzorg (HIK) en de Toolbox HIK.

Een onafhankelijke blik wanneer je zelf vastloopt

De Expertgroep bestaat uit ervaren indicerend kinderverpleegkundigen uit verschillende kindzorgorganisaties. Zij denken onafhankelijk mee wanneer een casus complex is of dreigt vast te lopen. Bij een casusbespreking sluiten, naast de betrokken indicerend kinderverpleegkundige, bij voorkeur drie ervaren indicerend kinderverpleegkundigen uit drie verschillende kindzorgorganisaties aan.

Marjon is indicerend kinderverpleegkundige en lid van de Expertgroep. Voor haar zit juist in die onafhankelijke positie een belangrijke kracht.

“De kracht is dat je jezelf niet af kunt laten leiden en dat je heel objectief naar de feiten kijkt. Dat kan heel verhelderend werken.”

Wanneer Marjon naar een complexe casus kijkt, gebeurt dat op een methodische en gestructureerde manier. De indicerend kinderverpleegkundige brengt de casus geanonimiseerd in en licht deze zo concreet en onderbouwd mogelijk toe aan de hand van de vier kinderleefdomeinen, de SBARR en de stappen van klinisch redeneren. Tijdens de bespreking wordt vervolgens ook onderzocht welke informatie nog verduidelijking of verdere objectivering vraagt.

Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het medische gedeelte, maar bijvoorbeeld ook naar de draagkracht en draaglast binnen het gezin, de familiesamenstelling, het netwerk, broertjes en zusjes en de positie, wensen en behoeften van het kind zelf.

Voor Marjon staat steeds centraal wat dit kind en gezin daadwerkelijk nodig hebben. Daarbij kijkt zij ook welk deel daarvan onder kinderverpleegkundige zorg valt en welke ondersteuning mogelijk vanuit een ander domein georganiseerd moet worden.

Hoe is het om zelf een casus voor te leggen?

Lindsey kent de Expertgroep goed. Vanuit de Expertgroep denkt zij zelf mee over complexe casussen van andere indicerend kinderverpleegkundigen. Onlangs stond ze ineens aan de andere kant en bracht ze voor het eerst een eigen casus in.

Ze liep vast doordat zij en een ouder anders naar de zorgvraag en passende inzet keken. Daarnaast speelde mee dat bij een eerdere indicatie voor hetzelfde kind en gezin een andere professionele afweging was gemaakt en er vragen waren over de passende wettelijke grondslag.

“Ik liep vast in een casus. De ouder waarmee ik het inventarisatiegesprek had gevoerd had andere verwachtingen dan ik en we kwamen daar samen niet uit.”

Juist daarom vond Lindsey het waardevol om onafhankelijke kinderverpleegkundigen uit andere organisaties mee te laten kijken. Hoewel ze vanuit de Expertgroep gewend is om over casussen van anderen mee te denken, voelde het anders toen haar eigen professionele afweging werd besproken.

“Een beetje spannend was het wel, maar tegelijk voelde het heel vertrouwd. Er wordt onafhankelijk, open en begripvol meegedacht.”

Soms heb je vooral een andere vraag nodig

Tijdens een casusbespreking wordt niet simpelweg gekeken of een indicatie ‘goed’ of ‘fout’ is. De betrokken kinderverpleegkundigen zoeken samen de verdieping op, stellen vragen en denken vanuit hun expertise mee over mogelijke oplossingsrichtingen en de onderbouwing van de professionele afweging. Uiteindelijk wordt een advies geformuleerd waarmee de indicerend kinderverpleegkundige zelf verder kan.

Voor Lindsey zat juist daarin veel waarde.

“Op een gegeven moment zie je het dan niet meer. Er werden vragen gesteld waarbij ik dacht: oh ja, wat een goede vraag, die heb ik nog helemaal niet gesteld. Of: daar heb ik nog niet aan gedacht.”

Marjon herkent hoe belangrijk zulke verdiepende vragen kunnen zijn. Ze kunnen volgens haar helpen om het probleem te verhelderen en dichter bij de kern te komen.

“Een goede vraag kan twijfel brengen, helderheid, de vinger op de zere plek of een opening om een ander pad te gaan bewandelen.”

Van bevestiging naar een sterker onderbouwde afweging

Ook Eva bracht samen met een collega een casus in. Zij liepen onder andere tegen een verschil van inzicht met ouders aan over de geïndiceerde uren en wilden graag de onafhankelijke blik van andere indicerend kinderverpleegkundigen horen.

Het voorleggen van hun eigen professionele afweging voelde aanvankelijk spannend. Een voorbereidend gesprek hielp daarbij en Eva beschrijft de uiteindelijke setting als veilig en verwelkomend.

De bespreking bevestigde een deel van wat zij zelf al dachten, maar bracht ook nieuwe aandachtspunten. Vooral in de onderbouwing richting ouders merkte Eva verschil.

“De manier waarop we dit aan ouders konden uitleggen en waarop onze afweging was gebaseerd, konden we veel duidelijker neerzetten. Daardoor was de redenering concreet, zorgvuldig onderbouwd en goed navolgbaar.”

De ervaring neemt ze ook mee naar andere indicaties. Ze geeft aan kritischer te zijn in de vragen die ze aan ouders stelt en verschillende scenario’s eerder mee te nemen.

De professionele verantwoordelijkheid blijft bij de indicerend kinderverpleegkundige

De Expertgroep neemt de professionele afweging of indicatiestelling niet over, maar heeft een adviserende rol. Na de casusbespreking bepaalt de indicerend kinderverpleegkundige zelf de vervolgstappen en werkt zij waar nodig het zorgplan en de indicatie verder uit. De Expertgroep stelt het zorgplan of de indicatie niet vast en neemt geen besluit namens de indicerend kinderverpleegkundige, zorgverzekeraar of een andere betrokken partij.

Voor Eva voelde dat logisch én prettig. De verantwoordelijkheid voor haar eigen casus bleef bij haar, terwijl ze tegelijkertijd kon sparren over knelpunten en andere perspectieven kon horen.

Wat leverde dat haar uiteindelijk op?

“Meer duidelijkheid en ook wat zelfvertrouwen in mijn eigen indiceren.”

En zou ze opnieuw een casus voorleggen?

“Jazeker, indien ik niet uitkom in een casus is de Expertgroep echt heel fijn om hierin te kunnen sparren en samen te kijken naar een goede conclusie.”

Samen onderzoeken binnen professionele kaders

Voor Marjon raakt dat precies aan de bedoeling van de Expertgroep. De Expertgroep denkt mee vanuit de geldende beroepsnormen, de Handreiking Indicatieproces Kindzorg (HIK) en de Toolbox HIK. Deze vormen belangrijke kaders voor de professionele afweging. Tegelijkertijd treedt de Expertgroep niet op als formele beoordelaar of controleorgaan.

“Toetsen klinkt als goed of fout en of het proces is gevolgd. Samen onderzoeken wat passende zorg is, klinkt als het gesprek aangaan en kijken of alle mogelijkheden bekeken zijn. Het biedt mogelijkheden.”

Juist binnen die professionele kaders is er ruimte om vragen te stellen, verschillende perspectieven te onderzoeken en de professionele afweging verder aan te scherpen. Daar leren niet alleen de betrokken kinderverpleegkundige en het kind en gezin van, maar ook de professionals die vanuit de Expertgroep aansluiten. Iedereen brengt eigen kennis en ervaring mee en juist door die expertise te bundelen kunnen nieuwe inzichten ontstaan.

Vastlopen in een complexe casus kan daarmee juist een aanleiding zijn om een andere blik toe te laten en samen te onderzoeken wat passende zorg is voor het kind en gezin.

Wil je een complexe casus voorleggen?

De Expertgroep Indicatieproces Kindzorg kan worden benaderd door kinderverpleegkundigen, kind en gezin en samenwerkingspartners binnen de kindzorg bij complexe casuïstiek of wanneer een situatie dreigt vast te lopen of te escaleren.

Ook wanneer een casus door een ouder, zorgverzekeraar of andere samenwerkingspartner wordt aangedragen, staat het meedenken met de betrokken indicerend kinderverpleegkundige centraal. De aandrager kan voorafgaand aan de casusbespreking informatie en vragen toelichten aan de procesbegeleider en waar nodig achteraf worden meegenomen in de terugkoppeling. De casusbespreking zelf vindt in principe plaats tussen de betrokken kinderverpleegkundigen.

Een procesbegeleider ondersteunt de voorbereiding en vraagverheldering en bewaakt tijdens de bespreking de centrale vraag en een open en veilige setting. Ook ondersteunt de procesbegeleider bij de verslaglegging en eventuele nabespreking.

Het doel van de bespreking is om tot een passend en goed onderbouwd advies voor de betreffende casus te komen en tegelijkertijd inzichten op te doen die ook binnen het bredere indicatieproces waardevol kunnen zijn.

Een casus aanmelden kan via expertgroep@kinderverpleegkunde.nl.