Op de medium care kinderafdeling van een academisch kinderziekenhuis waar Carly (27) werkt, liggen kinderen vaak langere tijd opgenomen. Het gaat om baby’s en kinderen die specialistische zorg nodig hebben, soms na een operatie, soms vanwege een acute gebeurtenis of een langdurige aandoening. “De zorg is intensief en de emoties zijn hoog,” vertelt Carly. “Ouders maken zich zorgen, slapen slecht en leven in onzekerheid. Dat begrijp ik ontzettend goed. Maar dat betekent niet dat wij alles hoeven te accepteren.” Ze merkt ook dat ouders de laatste jaren mondiger, minder geduldig en minder flexibel zijn geworden. “Ze nemen minder snel genoegen met een antwoord dat niet past in hun verwachting. Dat maakt gesprekken soms ingewikkeld. Het vraagt van ons dat we nóg duidelijker onze grenzen aangeven.”
Huisregels als houvast in lastige situaties
Carly maakt deel uit van een werkgroep die recent de huisregels op de afdeling heeft aangescherpt. Een van de opvallendste regels gaat over nachtkleding voor ouders. “Het klinkt praktisch, maar het was echt nodig,” legt ze uit. “Na een ernstig incident met een ouder die naakt door de kamer liep, wilden we iets in handen hebben waar we op kunnen terugvallen. Niet omdat we moeilijk doen, maar omdat we veiligheid willen – voor ouders, kinderen én verpleegkundigen.”
Het team werkt daarnaast met een ‘stoplichtkaart’: een hulpmiddel dat gedragingen in groen, oranje of rood plaatst indien ouders zich niet aan deze huisregels houden. Het is een hulpmiddel waarin adviezen staan voor ons als verpleegkundigen. Dankzij de huisregels én de kaart voelt het team zich gesteund. “Het is fijn om te kunnen zeggen: dit zijn niet míjn regels, dit hebben we als ziekenhuis afgesproken.”
Een ruzie op de gang
Soms loopt spanning hoog op. Carly herinnert zich een avond waarop gescheiden ouders op de gang met elkaar in gevecht raakten. “Ze stonden echt te vechten, midden op de kinderafdeling. Iedereen kon het zien. Dat vond ik heftig – dit is een plek waar kinderen moeten kunnen herstellen.” Samen met een collega haalde ze de ouders uit elkaar, maar daarmee was het niet klaar. “We moesten benoemen dat dit gedrag hier niet kan. Dat gesprek heb ik diezelfde avond gevoerd, samen met de arts. Spannend, ja. Je spreekt iemand aan die ouder is dan jij, en dat voelt soms gek. Maar het móet, want dit raakt onze veiligheid en die van alle kinderen en ouders op de afdeling.”
De kracht van een organisatie die achter je staat
De volgende dag volgde een officiële brief vanuit de centrumleiding naar de ouders, met een duidelijke waarschuwing. “Dat voelde zó steunend,” zegt Carly. “Je bent dan niet ‘die ene verpleegkundige die moeilijk doet’. Het ziekenhuis zegt: dit accepteren we niet.” Die rugdekking maakt voor haar een wereld van verschil. “Je voelt je veel veiliger als iedereen dezelfde lijn vasthoudt.”
De kleine dingen die stapelen
Volgens Carly zit het meeste grensoverschrijdende gedrag in de kleine opmerkingen. “Een vader noemde een collega een ‘beunhaas’. Ik liep weg en dacht: dit is eigenlijk niet oké. Dus ik ben teruggegaan en heb rustig gezegd dat ik het niet prettig vond. Hij bood meteen excuses aan. Soms hoeft het niet groot of zwaar te zijn – als je het maar wél benoemt.” Niet iedereen in het team reageert hetzelfde op dit soort situaties. “De een zegt ‘hoort erbij’, de ander voelt zich onveilig. Dat moet je serieus nemen. We hebben gezamenlijke afspraken over gedrag dat we niet willen. Dáár gaat het om.”
‘Ik meld ook voor jou’
Carly ontdekt steeds meer hoe belangrijk het is om situaties te melden en te bespreken, juist voor collega’s.“Als wij grensoverschrijdend gedrag accepteren en niet benoemen, maken we het voor de volgende collega moeilijker. We moeten beseffen: ik meld niet alleen voor mezelf, maar ook voor jou en voor degene die na mij binnenloopt.”
Wat verpleegkundigen nodig hebben
Wat haar betreft is de basis helder: “Je moet kunnen herkennen wanneer iemand jouw grens overgaat. En je moet het gesprek durven voeren – met ouders, met collega’s, met artsen. Maar misschien nog wel belangrijker: dat je voelt dat de organisatie achter je staat. Dat artsen, teamleiders en de directie hetzelfde uitdragen. Dan sta je als team veel steviger.”
Doe mee met ‘Zie het. Meld het. Stop het.’
Heb je een goed voorbeeld of bijvoorbeeld een teamafspraak die werkt? Deel ’m met ons. Samen zorgen we dat agressie bespreekbaar wordt. En stopt. Bekijk de campagne hier.