In het kader van de campagne ‘Zie het. Meld het. Stop het.’ spreekt kinderverpleegkunde.nl met Jan Peter Rake, medisch directeur van het Amalia Kinderziekenhuis. Een openhartig gesprek met een bevlogen bestuurder die liever verbindt dan de baas speelt, over de moed om grenzen te stellen, praktische dilemma’s en waarom agressie nooit ‘part of the job’ mag zijn.
Vraag Jan Peter Rake naar zijn leiderschapsstijl en hij zal niet met dure managementtermen strooien. “Ik probeer vooral te faciliteren en te verbinden,” zegt hij bescheiden. Zijn rol vult hij bij voorkeur in als dienend: trots zijn op de mensen die het werk doen en zorgen dat zij hun vak zo goed mogelijk kunnen uitoefenen. Maar die menselijke benadering betekent niet dat hij zacht is als het misgaat. Integendeel: juist vanuit die betrokkenheid trekt hij een harde grens als het gaat om de veiligheid van de medewerkers van het Amalia.
Even de afdeling op lopen
Dat steunen van je mensen zit hem niet alleen in beleidsstukken, maar juist in het kleine, dagelijkse contact. Rake gelooft heilig in de kracht van contact: “Gewoon even de afdeling op lopen als er lastige casuïstiek speelt,” vertelt hij. “Even vragen: Hoe is het nu met jullie? Wat hebben jullie nodig?” Door er te zijn, voelen mensen zich gehoord. “Als directeur moet je elk signaal over agressie of andere vormen van grensoverschrijdend gedrag serieus nemen. Niet bagatelliseren, niet wegredeneren omdat ouders ‘nu eenmaal gestrest zijn’, maar echt luisteren en naast je mensen gaan staan.”
Omslagpunt: “Dat ik het niet weet, betekent niet dat het niet gebeurt”
Dat luisteren was voor Rake zelf ook een leerproces. Hij herinnert zich een moment, enkele jaren geleden, waarop een lid van de Raad van Bestuur vroeg of er casussen speelden in het Amalia van grensoverschrijdend gedrag. Door medewerkers zelf of door ouders. “Mijn eerste reflex was ‘nee’. Ik dacht oprecht dat het wel meeviel.” Direct daarna kwam de realisatie: “Dat ik ze niet weet, betekent niet dat ze er niet zijn. Het zei misschien meer over mij en over ons, dan over de werkelijkheid. Incidenten druppelden niet zomaar door naar boven.” Het was het begin van een cultuuromslag: van onbewust onbekwaam naar eerst bewust onbekwaam naar nu steeds vaker bewust bekwaam. “We zijn gaan inzien dat overal waar onder hoogspanning gewerkt wordt, dit soort dingen spelen. Het feit dat we het er nu open over hebben en incidenten wél melden, is de grootste winst.”
De grens trekken zonder het kind te raken
Wanneer agressie of grensoverschrijdend gedrag van ouders wordt gemeld, schuwt de directie stevige maatregelen niet. Dat kan variëren van een officiële waarschuwing tot het beperken van bezoektijden of het intrekken van de hotelfunctie. Ook bij deze harde maatregelen zit een belangrijke nuance: ze zijn gericht op degene die over de schreef gaat, terwijl het kind wordt ontzien. “Het is dus niet zo dat we bij een incident beide ouders een maatregel opleggen,” legt Rake uit. “Als een vader zich misdraagt, dan zeggen we bijvoorbeeld: jij slaapt hier niet meer. Of jij mag alleen nog maar een uur per dag op bezoek komen. Maar dat betekent niet dat een kind dan alleen ligt. De andere ouder of een ander familielid is natuurlijk gewoon welkom. We zorgen dat de veiligheid voor onze mensen terugkeert, maar we laten het kind niet in de steek.”
Het collectieve belang
Het blijft een duivels dilemma: ouders zijn onmisbare partners in de zorg. “Natuurlijk heeft een kind recht op zijn ouders. Maar,” zegt Rake stellig, “onze verpleegkundigen en artsen hebben recht op een veilige werkplek.” Rake maakt hierin een heldere afweging: het collectieve belang weegt zwaarder. “Onze mensen zorgen jaarlijks voor meer dan 25.000 kinderen. Als zij uitvallen omdat de werkvloer onveilig is, komt de zorg voor al die andere patiënten in gevaar. Dat belang is voor mij groter dan het individuele belang van die ene ouder die zich niet kan gedragen. Ik moet onze mensen beschermen, zodat zij kunnen blijven zorgen.”
Waarom ‘u’ zeggen beschermt
Die bescherming begint niet pas bij een incident, maar al in de basiscommunicatie. Rake pleit voor ‘professionele nabijheid’ in plaats van vriendschappelijkheid. “We hebben allemaal die Florence Nightingale-genen, we willen helpen en redden. Maar daarin schuilt het gevaar dat je stapje voor stapje over je eigen grenzen en die van anderen laat gaan.” Dat begint soms bij ogenschijnlijk kleine dingen. Rake noemt als voorbeeld het bewust blijven van de omgangsvormen. “Het is heel logisch dat we ouders lang met ‘u’ blijven aanspreken. Niet om afstandelijk te doen, maar juist om die professionele rol te bewaken. Als je snel amicaal wordt, vervaagt de grens. Door ‘u’ te zeggen creëer je de veilige ruimte om professioneel nabij te zijn, zonder dat je in een vriendenrol schiet.”
Praktisch dilemma: het dossier
Het aanpakken van agressie brengt ook juridische en praktische haken en ogen met zich mee, waar Rake eerlijk over is. Juridisch zijn de plichten en rechten die kind en ouders hebben, net als onze eigen rechten en plichten, best wel ingewikkeld. Goede ondersteuning van deskundigen op dit gebied is dan ook nodig, en in het Radboudumc ook geregeld. Een praktisch dilemma is het medisch dossier van het kind. “Als wij een ouder een officiële waarschuwing geven, waar laat je die brief dan? Die mag namelijk niet in het medisch dossier van het kind. Een kind heeft niets te maken met het gedrag van zijn ouders en mag op zijn achttiende zijn dossier opvragen. Toch wil je wel dat voor betrokken zorgverleners duidelijk is wat er speelt.”
Het ziekenhuis moet dus slimme manieren vinden om vast te leggen dat ouders gewaarschuwd zijn, zodat zorgverleners dit weten, zonder de privacyrechten van het kind en ouders te schenden. “Dat zijn puzzels die je moet oplossen om dit beleid werkbaar te maken.”
Je hoeft het niet alleen te weten
Tot slot trekt Rake een parallel met de interne cultuur. “We accepteren niet meer dat bijvoorbeeld een medisch specialist tegen een verpleegkundige of co-assistent schreeuwt of intimideert vanuit de hiërarchie. Precies diezelfde lijn trekken we door naar ouders.”
Hij heeft daarbij een geruststellende boodschap voor de collega’s die bang zijn dat ze alle regels moeten kennen. “Dat hoeft helemaal niet. Ik weet zelf ook niet alles, maar er zijn in onze organisatie mensen die het wel weten. Op het moment dat het escaleert, hoef jij echt niet te weten of en hoe je iemand toegang tot de afdeling kunt weigeren. Jij hoeft alleen maar te signaleren: ‘Dit is niet oké, dit is de grens’. Vervolgens zijn er genoeg mensen op de afdeling en in de organisatie die weten hoe we dat praktisch en juridisch afwikkelen. Je staat er niet alleen voor.”
Dit interview is onderdeel van de campagne ‘Zie het. Meld het. Stop het.’. Heb jij te maken met grensoverschrijdend gedrag? Blijf er niet mee lopen. Bespreek het met je team en je leidinggevende.